Hoofdstukken

Start van de school

Nu alle lichten op groen staan, kan het echte werk beginnen. Docenten werven, het gebouw op orde krijgen en lesmaterialen bestellen. Er is een waslijst aan taken die op u staan te wachten. Taken die gelukkig ook heel leuk kunnen zijn.

Het schoolgebouw

De gemeente is primair verantwoordelijk voor huisvesting. Zoals gezegd, loont het daarom om te investeren in de relatie met de gemeente. De kosten voor het gebouw en uitbreidingen worden ook door de gemeente gedragen. Alleen als u wilt verbouwen, moet u dat uit eigen middelen doen. Voor het onderwijsleerpakket en meubilair moet u ook bij de gemeente zijn.

Soms vraagt een gemeenteambtenaar om een officiële huisvestingsaanvraag. Wettelijk gezien mag dat geen harde eis zijn vanuit de gemeente. Toch kan het geen kwaad al vroegtijdig met ambtenaren in gesprek te gaan hierover. Weet dat zodra u een pand accepteert, u zelf verantwoordelijk bent voor een eventuele verbouwing. U kan een pand ook niet accepteren, of onder voorwaarde van verbouwing door de gemeente.

Minimale eisen onderwijshuisvesting

Er zijn eisen waar het gebouw aan moet voldoen. Die staan in de Arbowet en het Bouwbesluit. Zo gelden er regels voor een verantwoorde inrichting. Deze regels hebben onder meer betrekking op het schoolteam, de veiligheid, de omgang met gevaarlijke stoffen en het binnenklimaat.

Normbedragen onderwijshuisvesting

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert gemeenten om de normbedragen voor onderwijshuisvesting met 40 procent te verhogen. De reden is dat de tot dusver gebruikte normbedragen de werkelijke prijsontwikkeling niet goed hebben gevolgd. Dit advies wordt ook in de modelverordening Voorzieningen huisvesting onderwijs voor 2019 verwerkt. Veel gemeenten nemen deze modelverordeningen van het VNG als basis voor hun eigen verordening. Mocht uw eigen gemeente dit advies nog niet hebben gevolgd, dan kunt u het tot inzet van een politieke lobby maken.

Governance

Een school goed besturen is een vak apart. Er geldt specifieke wet- en regelgeving ten aanzien van de governance van scholen.

Scheiding van bestuur en intern toezicht
Zowel de Wet op het Primair Onderwijs als de Wet op Voortgezet Onderwijs verplicht scholen om het bestuur van de school te scheiden van het intern toezicht. Er is aan aantal manieren om dat binnen de wettelijke kaders te doen. Hier kunt u een keuze in maken (zie ook Code Goede Bestuur). Lees de FAQ ‘Hoe geven we inhoud aan het intern toezicht’ op VBS.nl.

Wat zijn uitvoerende taken?

Uitvoerende taken zijn taken die een bestuur uitvoert om de school draaiende en georganiseerd te houden, zoals het leiden van de school of het voorbereiden en uitvoeren van beleid. Meer specifiek gaat het dan om het personeelsbeleid, de meerjarenbegroting of onderhandelingen met de wethouder (zie ook Code Goed Bestuur).

Wat zijn toezichthoudende taken?
Een toezichthouder controleert of een school goed uitvoering geeft aan het beleid. Wordt er goed onderwijs gegeven? Wordt er niet te veel of juist te weinig uitgegeven? Kan het personeel zich voldoende ontwikkelen? Wat gebeurt er bij incidenten? Met dat soort vragen houdt een toezichthouder zich bezig (zie ook Code Goed Bestuur).

Code Goed Bestuur
Het implementeren van een Code Goed Bestuur is verplicht. In de code staan de beginselen van goed onderwijs nader uitgewerkt. Voor het primair onderwijs vindt u er bij PO-raad meer informatie over, en voor het voortgezet onderwijs bij de VO-raad. Het is verstandig deze documenten gelezen te hebben. Wees daarnaast altijd alert op belangenverstrengeling, bijvoorbeeld als u vrienden of familie van elkaar bent. Ten slotte kan het helpen om een onafhankelijk iemand van buiten (bijvoorbeeld een ervaren, gepensioneerde directeur) als intern toezichthouder op te nemen.

Lees de FAQ ‘Voldoen we als school(bestuur) aan de Code Goed Bestuur?’ op VBS.nl

In de VBS Kennisbank vindt u meer informatie over intern toezicht: selecteer als soort artikel ‘Kennisbank’ en als thema ‘governance’.

Meer weten?

Personeel

Een goed bewaard geheim is dat nieuw startende scholen zelden moeite hebben om leraren te vinden. Het is natuurlijk een bijzonder project om een nieuwe school vorm te geven met elkaar. Daar willen veel onderwijsmensen aan meewerken.

Initiatiefnemers die zelf al een school hebben gestart geven aan dat het verstandig kan zijn om een of meerdere ervaren leraren te werven, die weten wat er van een school gevraagd wordt. Hun aanwezigheid boezemt vertrouwen in bij geïnteresseerde ouders, en hun inbreng bij de ontwikkeling en verfijning van uw onderwijsvisie kan veel verschil maken. Zorg wel dat u overeenstemming hebt over de onderwijsvisie.

Daarnaast kunt u, als u mensen tekort komt op basis van uw begroting, overwegen om een aantal stagiairs in te zetten. Dat kan het beste als u ze een waardevolle ervaring kunt bieden, bijvoorbeeld onder begeleiding van een ervaren docent.

Ten slotte is het vinden van een goede, geschikte directeur een van belangrijkste zaken bij het starten van een school. Liefst een ondernemende duizendpoot. Iemand die bevlogen is, deskundig, en mensen kan binnenhalen en binden. Dan gaat het zowel om ouders, leerlingen als leraren en ander personeel.

POEisen voor bekostiging

In de vorige sectie bij ‘Kans van slagen-Procedurele eisen‘ bespraken we al kort aan welke eisen u als school moet voldoen om bekostiging te ontvangen. De Inspectie gaat daar kort nadat uw school is geopend het gesprek over aan met de verantwoordelijke bestuurder. Weet dat de Inspectie openstaat voor eigen invullingen van het onderwijs, vooral als u die kan onderbouwen.

De ‘stichtingsnorm’
Zodra u uw school heeft gestart, moet u de stichtingsnorm gaan halen. U moet de norm – die bestaat uit een minimumaantal ingeschreven leerlingen – halen om voor bekostiging in aanmerking te blijven komen. Hiervoor heeft u vijf jaar de tijd.

Hoeveel leerlingen moet u hebben om aan de stichtingsnorm te voldoen?
Dat verschilt per gemeente. Er geldt een ondergrens voor alle gemeenten van 200 leerlingen, en de hoogste stichtingsnorm in Nederland bestaat uit 330 leerlingen. Op de website van de VNG kunt u meer informatie vinden over de stichtings- en opheffingsnormen per gemeente.

Wat als u de stichtingsnorm net niet haalt?
Dan is de wetgeving onverbiddelijk en wordt de publieke bekostiging beëindigd. Dat leidt vaak tot de sluiting van de school. Het is verstandig om ruim voor het einde van de termijn te onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor instandhouding, ook als u de stichtingsnorm niet lijkt te gaan halen.

VOEisen voor bekostiging

In de vorige sectie ‘Kans van Slagen-VO eisen voor bekostiging‘ bespraken we al kort aan welke eisen u als school moet voldoen om bekostiging te ontvangen. De Inspectie gaat daar kort nadat uw school is geopend het gesprek over aan met de verantwoordelijke bestuurder. Weet dat de Inspectie openstaat voor eigen invullingen van het onderwijs, vooral als u die kan onderbouwen.

De opheffingsnorm
Zodra u uw school heeft gestart, moet u de opheffingsnorm gaan halen. U moet deze norm – die bestaat uit een minimumaantal ingeschreven leerlingen – halen om voor bekostiging in aanmerking te blijven komen.

Wanneer heeft u de opheffingsnorm gehaald?
Na goedkeuring van uw aanvraag mag uw school volgroeien. Volgroeien betekent hier dat u voor alle schoolsoorten alle leerjaren aanbiedt. Na volgroeiing toetst DUO of u als school niet onder de opheffingsnorm zit. Drie achtereenvolgende jaren eronder betekent dat de bekostiging wordt beëindigd.

Hoeveel leerlingen u moet hebben om aan de opheffingsnorm te voldoen, verschilt per onderwijssoort. U kunt de opheffingsnormen vinden in artikel 107 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs.

Wat als u de opheffingsnorm niet haalt?
Dan is het lastig om bekostiging te blijven ontvangen voor uw school. Als u de opheffingsnorm in drie achtereenvolgende jaren niet haalt, wordt de publieke bekostiging van uw school normaal gesproken beëindigd. Dat leidt vaak tot de sluiting van de school.

Soms kunt u een beroep doen op de uitzonderingspositie in artikel 108 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Dit is alleen mogelijk voor heel uitzonderlijke situaties. Bijvoorbeeld voor een school op één van de Waddeneilanden. Of als een fusie toch een langere voorbereidingstijd vraagt. Het is verstandig om ruim voor het einde van de termijn te onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor instandhouding, ook als u de opheffingsnorm niet lijkt te gaan halen. Bijvoorbeeld door met andere scholen te gaan samenwerken.

De financiën

Als we het over goed onderwijs hebben, hebben we het vaak liever niet over geld. Maar zonder gaat het ook niet. Bovendien is het heel prettig om inzicht te hebben in uw financiën als school. Dat geeft rust én u kan mogelijkheden zien om te investeren, zodat het onderwijs nog beter wordt.

Wanneer krijgt u voor het eerst geld?
De rechtspersoon die u heeft opgericht, heeft inmiddels al een tijdje een bankrekening. Daar krijgt u als school voor primair onderwijs twee maanden voor de start van uw school een directeurssalaris op gestort. Dat geldt ook voor een op te richten school voor het voortgezet onderwijs. Vaak is de (beoogde) directeur al eerder aan de slag, In twee maanden een school uit de grond stampen is wel erg krap. Het liefst gaat u al eerder aan de slag, ook met uw team van leraren.

Wanneer moet u aangeven wat u nodig heeft?
Typisch krijgt u in maart of april een brief van DUO. Daarin staat wat u moet doen om de bekostiging te starten. Zoals u aansluiten bij het ABP, het Borgstellingsfonds (alleen als u een school voor primair onderwijs sticht), en het aantal leerlingen waarmee u verwacht te starten doorgeven. Handel dan direct om onnodige vertraging te voorkomen. Het is verstandig om een reële schatting van het aantal leerlingen in te leveren. Ook kan het handig zijn om u bij een administratiekantoor aan te sluiten, voor de financiën, pensioenen en HRM.

Gaat alle bekostiging via de rijksoverheid?
Nee. De bekostiging van zorgleerlingen gaat via het lokale samenwerkingsverband. Daar wordt u automatisch lid van. Daarnaast kunt u in aanmerking komen voor middelen uit de onderwijsachterstandsgelden. Hoeveel budget daarvoor is, verschilt per gemeente. Soms kunt u ook incidenteel middelen uit fondsen krijgen, bijvoorbeeld bij een charitatief fonds. En de ouderbijdrage – hoewel vrijwillig – kan ook wat extra budget opleveren.

Op hoeveel geld kunt u rekenen?
Gemiddeld ontvangen basisscholen € 6.900 per leerling. Dat bedrag ligt wat hoger voor kleine scholen. De precieze berekening van het budget is complex en afhankelijk van veel factoren.

In het voortgezet onderwijs ontvangen scholen gemiddeld € 8.500 per leerling. De precieze berekening van het budget is complex en afhankelijk van 42 verschillende factoren. De komende jaren wordt de berekening vereenvoudigd zodat de bekostiging van slechts vier factoren afhankelijk wordt. Lees meer over de vereenvoudiging bekostiging VO.

Wat als u tijdens het jaar leerlingen aanneemt? Komt u dan geld tekort?
Nee, dan wordt u daarvoor gecompenseerd door OCW.

Hoeveel budget moet u reserveren voor materieel?
Dat verschilt per school. Een aardige vuistregel is om 15-20 procent van de uitgaven te reserveren voor materieel. U kunt ook een expert of een bevriende school raadplegen, om samen de afweging te maken.

Algemene vragen en tips

Wat als u toch een nieuwe richting erkend wilt krijgen?
Dat kan, maar is niet eenvoudig. Het is meerdere levensbeschouwingen niet gelukt. Volgens de huidige wetgeving moet u daarvoor geworteld zijn in de samenleving en enige omvang hebben. Geworteld zijn betekent bijvoorbeeld dat u verenigingen hebt en een radio- of tv-omroep, of kranten.

Wat zijn redenen dat scholen de stichtingsnorm niet halen?

Er zijn verschillende redenen waarom scholen de stichtingsnorm niet halen. Soms hebben scholen onvoldoende band met de gemeenschap. Scholen die onderwijsinhoudelijk te veel afwijken van de mainstream hebben ook vaker moeite de stichtingsnorm te halen, zo leert de ervaring. Andere nieuw gestichte scholen voldoen niet aan het Inspectiekader. Dat is problematisch, want de Inspectie komt vrij snel langs zodra u gestart bent. Ten slotte is de eis om binnen de wettelijke periode de stichtings- danwel opheffingsnorm te halen soms ook teveel gevraagd voor scholen die kwalitatief goed onderwijs bieden, een band hebben met de gemeenschap en niet veel afwijken van de mainstream.

Welke documenten zijn wettelijk verplicht om als school te hebben?
Hoewel een Schoolplan misschien wel het belangrijkste document is, zijn er meerdere documenten wettelijk verplicht om te hebben. VBS heeft voor het primair onderwijs een overzicht gemaakt van wat er verplicht is en wat niet. Dat overzicht vindt u hier.

Kan ik ook een school voor leerlingen van 0-18 jaar stichten?
Nee, formeel is dat niet mogelijk. Het kabinet heeft weliswaar experimenteerruimte gecreëerd voor scholen voor leerlingen tussen de 10 en 14 jaar, maar formeel bestaan ook die uit twee scholen: een school voor primair onderwijs en een school voor voortgezet onderwijs. Ook Integrale Kind Centra bestaan formeel uit een school voor primair onderwijs en een kinderopvangcentrum.